| BRON: http://www.polar-nederland.nl/nieuws/zoladz.html De zones van Zoladz De onmisbaarheid
van de hartslagmeter Harder lopen, sneller
worden. Sterker worden, dat fitte gevoel. Met elke dag hetzelfde rondje
om het park kom je een heel eind, maar met voldoende variatie in de
training kom je verder. Doe de stappen-test van Zoladz en verbeter je
tijden, je conditie en je lichaam. Benodigdheden: een hartslagmeter,
een stopwatch en een atletiekbaan. De oorsprong van de
Zoladz-test ligt in het begin van de jaren tachtig. Arend Karenbeld,
destijds trainer van onder andere Nederlands recordhouder op de marathon
Gerard Nijboer, besloot zich volledig te verdiepen in het langeafstandlopen.
Na het doornemen van de nodige literatuur deelde Karenbeld de trainingsschema’s
voortaan in in zones, waarbij hij steeds uitging van een percentage
van de maximale hartslag. De Poolse bewegingswetenschapper Zoladz hoorde
Karenbeld hierover spreken tijdens een congres en daarop besloot de
Pool dit idee verder uit te werken. Hij maakte ook gebruik van de zones
en stappen, maar veranderde de percentages in absolute getallen. Hierdoor
werd de test eenvoudiger om mee te werken. Ook de blokken van zes minuten
zijn een handig hulpmiddel om te zien met welke snelheid de atleet zich
voortbeweegt. Loopt hij in zes minuten 1200 meter, dan is zijn snelheid
twaalf kilometer per uur. Loopt hij in zes minuten 2050 meter, dan loopt
hij twintig en een halve kilometer per uur. Dit systeem spaart dus een
hoop rekenwerk uit. Het doel van de test is het bepalen van de afstand
die een atleet kan afleggen door zo exact mogelijk te lopen op vijf
verschillende hartslagen, respectievelijk vijftig, veertig, dertig,
twintig en tien slagen onder de maximale hartslag. Pas in 1998 werd de
test in Nederland geïntroduceerd door bondstrainer Honoré Hoedt, die
zeer enthousiast was over de methode van Zoladz. Volgens Hoedt is de
test zowel een manier om de atleet te testen, als een communicatiemiddel
tussen atleet en trainer, en tussen trainers onderling. De coaches die
de test gebruiken, spreken dezelfde taal. Een duurloop was altijd gewoon
een duurloop, ongeacht de snelheid. Door de komst van de zones kan onderscheid
gemaakt worden in de verschillende tempo’s van duurlopen. In eerste
instantie laaide het enthousiasme onder de atleten niet al te hoog op,
maar na enkele aanpassingen in de ‘gebruiksaanwijzing’ van de test,
werd deze een feit in het talentenproject. Zo staat uitgelegd dat de
atleten die de test gaan doen, twee dagen van te voren geen inspannende
trainingen mogen doen. Tijdens het inlopen voor de test moeten een paar
snelle steigerungen gedaan worden om later de hartslag snel omhoog te
krijgen. Ook voor recreanten Gerard Nijboer was
de eerste Nederlander met een Polar hartslagmeter. Hij kreeg een exemplaar
cadeau toen hij in 1983 in Finland was. Hij legt uit dat de Zoladz-test
er niet alleen is voor wedstrijdatleten. ‘Ook recreanten kunnen hun
voordeel doen met deze test. Het verschil tussen hun zones is misschien
kleiner dan bij topatleten, maar de resultaten van de trainingen zijn
wel degelijk zichtbaar,’ verklaart de oud-marathonloper. ‘De eerste
keer gaat de test vaak volledig de mist in. Dat komt omdat niet iedereen
zijn maximale hartslag weet. Als je echt geen idee hebt, kun je tweehonderdtwintig
minus de leeftijd doen, maar die regel gaat lang niet voor iedereen
op.’ Er zijn nog andere manieren om de maximale hartslag te vinden,
bijvoorbeeld door een maximaaltest te doen. Wie regelmatig met een hartslagmeter
traint, kan uitgaan van de hoogst geregistreerde hartslag van de afgelopen
twee jaar. Een andere mogelijkheid is een maximaaltest te lopen over
een afstand tussen de drie- en achthonderd meter, eventueel met als
slot een heuvel van honderdvijftig tot tweehonderd meter. Een maximaaltest
kan een atleet het beste aan het begin van de training doen, wanneer
hij nog fit is. Hoe gaat de stappentest
nu in zijn werk? Bij een persoon met een maximale hartslag van 200
slagen per minuut ziet de test er als volgt uit: Zone 2
160 slagen per minuut Zone 3
170 slagen per minuut Zone 4
180 slagen per minuut Zone 5
190 slagen per minuut Zo ziet het tempo
er ongeveer uit in de verschillende stappen: Zone 1
Heel rustig tempo Zone 2
Normaal tempo Zone 3
Vlot Zone 4
Rond het omslagpunt Zone 5
Pittig tempo boven het omslagpunt, richting maximaal Een voorbeeld van
een mogelijk resultaat van de test: Zone 1
1350 meter/13,5 km per uur Zone 2
1520 meter/15,2 km per uur Zone 3
1670 meter/16,7 km per uur Zone 4
1810 meter/18,1 km per uur Zone 5
1960 meter/19,6 km per uur In de trainingen daarna
kan de atleet de zones omzetten in trainingstempo’s: Zone 1
langzame duurloop/herstelloop Zone 2
normale duurloop Zone 3
pittige duurloop Zone 4
lange tempolopen Zone 5
korte tempolopen Voor de test is in principe niet meer nodig
dan een hartslagmeter, een stopwatch en een atletiekbaan of een goed
gemeten stuk weg, en een pen en papier. Voor elke stap gaat de atleet
zes minuten lopen, te beginnen met zone één. De volledige zes minuten
moet de hartslag bijvoorbeeld op honderdvijftig slagen per minuut blijven,
hoe langzaam de loper dit ook vindt. Na zes minuten stopt de loper en
kijkt hij hoeveel afstand hij heeft afgelegd. Er volgen twee minuten
rust, waarin de loper rustig rondwandelt. Dan loopt hij zes minuten
in zone twee en volgt dezelfde procedure. Dit gaat bij elke zone zo.
In zone vier wordt het vaak moeilijker om zes minuten de juiste hartslag
te houden en in zone vijf is dit vaak erg zwaar. Behalve dat de stappentest
een handig houvast is om de trainingen aan op te hangen, is de test
op zichzelf ook al een goede training. Als de resultaten van de test verwerkt zijn,
kun je dus precies zien in welke hartslagzone je welke training moet
doen. Zone vier zit volgens Nijboer meestal rond het omslagpunt, het
punt waarop de spieren beginnen te verzuren. Zone vijf doet daar nog
een schepje bovenop. ‘Voor recreanten is dat heel moeilijk vol te houden,
die hoeven die zone ook niet persé te gebruiken. Voor toppers is het
gemakkelijk vol te houden om zes minuten in zone vijf te lopen.’ Door
het lopen van duutraining en intervaltraining verspreid over de vijf
gevonden hartslaggebieden nemen de loopafstanden en de gemiddelde snelheid
per uur geleidelijk aan toe, evenals (uiteindelijk) het wedstrijdniveau. Inspanningsfysioloog Gerard Rietjens is verbonden aan het talentenproject
Villa MiLa. Hij maakt veel gebruik van de stappentest en test ‘zijn’
atleten regelmatig. Volgens Rietjens is het voor de beginnende loper
het beste om zijn trainingsarbeid uit te voeren in zone één tot en met
drie, en de gevorderde loper kan direct in alle zones trainen. ‘Het
verschil tussen zone één en vijf is bij beginnende lopers maar heel
klein,’ zegt de bewegingswetenschapper. ‘Een beginner loopt in de eerste
zone misschien negen of tien kilometer per uur en in zone vijf gaat
hij wellicht elf of twaalf kilometer per uur. Bij topsporters kan dit
verschil heel groot zijn, daar zit soms wel vijf of zes kilometer per
uur tussen.’ Na een trainingsperiode van bijvoorbeeld zes weken kun
je de test herhalen om te zien hoe veel vooruitgang er is geboekt, en
in welke zone er het meeste vooruitgang zit. Rietjens: ‘Een minder goed
getrainde atleet laat vooral verbetering zien in de lagere zones, omdat
dit de stappen zijn waarin hij het meest traint. Topatleten laten verbetering
zien, daar waar ze de accenten van hun trainingen leggen. In tijden
dat ze minder wedstrijden lopen, zit de verbetering vooral in de lagere
zones, in het ‘hoogseizoen’ met name in de lagere zones.’ Volgens Rietjens
lopen de meeste onervaren atleten zo veel mogelijk net onder hun omslagpunt,
omdat dit het lekkerst loopt. ‘Maar het is echter belangrijk dat je
alle zones traint,’ vervolgt Rietjens ‘De eerste zone, waarin je heel
rustig loopt, is goed om een basis te leggen voor het uithoudingsvermogen.
Ook is dit een goed tempo om te herstellen van een wedstrijd of zware
training. Maar wanneer je echter alleen deze zone traint, word je uiteindelijk
een dieselmotor zonder snelheid. Het is goed om een keer per week in
zone vier of vijf te trainen, en als je goed getraind bent, kun je dat
vaker doen.’ Hartslagmeterfabrikant Polar stelt twintig hartslagmeters beschikbaar
aan Villa MiLa. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een laptop waarop
alle resultaten binnen enkele minuten minutenna
de test te zien zijn, door de hartslagmeter met de computer te verbinden.
Bondscoach Nijboer kan zich niet meer voorstellen hoe het nu zou moeten
zonder hartslagmeter. Toen hij zelf nog in de top liep, nam hij altijd
zijn hartslag op tijdens de training door zijn halsslagader te voelen
en te tellen. ‘Die hartslagmeters zijn nu echt onmisbaar geworden,’
zegt hij. ‘Met een goede betrouwbare meter kun je precies zien wat een
atleet doet en in welke zones hij traint. Het is belangrijk dat een
loper zowel uithoudingsvermogen als snelheid opbouwt, en daar kun je
met deze test aan werken.’ Rietjens noemt een hartslagmeter een van de betere uitvindingen voor
de sport. ‘Het is een perfect middel om mee te trainen,’ vindt hij.
‘Je kunt continu in de gaten houden wat je hart doet.’ Rietjens benadrukt dat hij de hartslagmeter een goed apparaat vindt
om mee te trainen, voor wedstrijden ziet hij dit echter anders. ‘Tijdens
een training is het goed om te zien wat het hart doet, en onder welke
omstandigheden dat gebeurt. Wanneer het warm is, is de hartslag altijd
al iets hoger. Is er tegenwind, dan geeft de meter ook iets anders aan
dan op windstille dag. Maar tijdens een wedstrijd moet je hier niet
op letten. Dan zie ik een hartslagmeter vooral als een instrument om
de wedstrijd achteraf mee te evalueren. Loop een wedstrijd op het gevoel
van de dag en niet op een eventueel gemeten omslagpunt. Een hartslag
is naast getraindheid ook afhankelijk van warmte en wind. Daarnaast
loopt een hartslag gedurende een gelijkblijvende inspanning langzaam
een paar slagen op, dat heet de cardic drift. Wanneer je je snelheid
daaraan aanpast ga je dus steeds langzamer lopen terwijl dat niet nodig
is.’ Het mooiste aan de stappentest vindt Rietjens dat elke loper de
test overal kan uitvoeren en geen grote kosten hoeft te maken. |